tulp-London2De toepassing van het Haagse Kinderontvoeringsverdrag 1980 in Latijns-Amerika was het onderwerp van de lezing die 21 maart gehouden is in de Spaanse Ambassade in Londen, georganiseerd door Reunite. Adriana de Ruiter was aanwezig, net als rechters en advocaten uit andere landen en leden van de Centrale autoriteit uit Verenigd Koninkrijk. De spreker, Ignacio Goicoechea, lid van het Permanente Bureau van de Haagse Conferentie, en vertegenwoordiger van het Regionale Kantoor voor Latijns-Amerika en het Caribe, gaf uitgebreid uitleg over de huidige stand van zaken in deze regio.

De concentratie, en daarmee de specialisatie, van de rechtspraak die de kinderontvoeringszaken behandelt, is een van de positieve ontwikkelingen, zoals Ignacio Goicoechea benadrukte. Dankzij deze specialisatie, is de toepassing van het verdrag verbeterd. Een noemenswaardig voorbeeld is Brasilië, waar het aantal bevoegde rechters enorm is afgenomen. De nakoming in de gestelde termijn van zes weken blijft nog een zwak punt. Met het bijkomende nadeel dat na een langdurige procedure de terugkeer van het kind in strijd kan zijn met diens belang.

Immers, na jaren in een land gewoond te hebben, zjin de banden met het voorgaande land vaak verwaterd. Ook de mediation als methode om het conflict op te lossen staat nog in de kinderschoenen. De wetgeving van veel landen heeft wel de mediation opgenomen, maar in de praktijk werkt het nog niet naar volledige tevredenheid. Dit neemt echter niet weg dat het partijen altijd vrij staat mediation te gebruiken om hun geschillen op te lossen. Dit is beter voor de partijen, maar zeker beter voor de betrokken kinderen.